Het belang van de juiste laadvolgorde voor een goed gemengd rantsoen
4/09/2017

Het belang van de juiste laadvolgorde voor een goed gemengd rantsoen

Vader Bert en zoon Robert Versteeg

Een goed gemengd rantsoen voorkomt dat de koeien kunnen selecteren

De laadvolgorde wordt meestal bepaald door de logistieke inrichting van het erf i.p.v. door de wens om de beste mengkwaliteit

Let ook op het aantal vijzelmessen en of de messen op de juiste posities zijn gemonteerd

Wanneer koeien niet kunnen selecteren krijgen ze een uitgebalanceerd rantsoen

Naam: Bert en Robert Versteeg 
Bedrijf: Maatschap Versteeg (Bornerbroek)
Aantal melkkoeien: 120 stuks
Arbeidskrachten: 2 fte
Voert met: Voermengwagen met 2 vijzels Solomix 2 1800 ZK

Elke veehouder wil het beste voor zijn dieren. Een comfortabele stal, een fijn klimaat, voldoende water en natuurlijk een goed rantsoen. Zo ook melkveehouder Bert Versteeg die samen met zijn vrouw Anja en zoon Robert de maatschap Versteeg runt in Bornerbroek (Overijssel). Een bedrijf met 120 melkkoeien en 60 stuks jongvee. Vorig jaar werd Versteeg er door zijn voeradviseur op gewezen dat de voerselectie aan het hek nog verder teruggebracht kon worden, ondanks dat de opbrengst prima in orde was met gemiddeld 27 kg melk per koe per dag. Het was het begin van een leerzame periode met uiteindelijk nieuwe inzichten en nieuwe gewoonten. 

Selectiegedrag voorkomen
Een bekend verschijnsel op veel melkveebedrijven is dat de koeien met hun neus door het rantsoen draaien en op die manier het lekkerste voer eruit proberen te halen. Een vervelende eigenschap. Als melkveehouder steek je namelijk veel tijd in het bepalen van het beste rantsoen, maar op deze manier blijven de belangrijkste componenten aan het voerhek liggen. Met alle gevolgen van dien; een lagere voerefficiëntie, pensverzuring en gezondheidsproblemen. Maar hoe voorkom je dat de koeien selecteren bij het voerhek? Het antwoord is simpel: door optimaal te mengen. 

Het voer leek goed gemengd 
De adviseur van ABZ Diervoeding zag het selectiegedrag van de koeien van Versteeg en besloot te onderzoeken wat ze zouden kunnen doen om selectie aan het voerhek te beperken. Bert Versteeg: “Het voer leek in mijn ogen goed gemengd, maar de adviseur was nog niet tevreden. De koeien konden kennelijk nog teveel selecteren.” ABZ heeft vervolgens een bezoek van Trioliet en Diamond V (wetenschappelijk instituut voor voeding en gezondheid van vee) georganiseerd op het melkveebedrijf om tot een gezamenlijk  advies te komen over de juiste inzet van de voermengwagen. Dat resulteerde onder meer in het aanpassen van de laadvolgorde van de verschillende voercomponenten.   

Laadvolgorde van voercomponenten
Het rantsoen dat Bert Versteeg zijn koeien voert bestaat uit perspulp, twee verschillende krachtvoeders, kuilgras en mais. In de dagelijkse routine rijdt Versteeg met zijn 10 jaar oude 18 kuubs Solomix voermengwagen langs de krachtvoersilo’s en de voerkuilen. De volgorde waarin de verschillende voercomponenten worden geladen werd vooral bepaald door de logistieke inrichting van het erf. De krachtvoersilo’s staan naast de kapschuur waar de voermengwagen gestald wordt, dus was het voor Versteeg logisch om te beginnen met het laden van het relatief fijne krachtvoer en daarna naar de gras- en maiskuil te rijden die iets verderop liggen. Tussen het krachtvoer en het kuilvoer door werd water toegevoegd om de componenten aan elkaar te laten kleven. Uit het onderzoek bleek dat het kuilgras echter niet goed uit elkaar viel en dus niet goed mengde als het als laatste aan het rantsoen werd toegevoegd. Het kuilgras verdeelde zicht te langzaam en kookte soms zelfs over. Dankzij een paar simpele aanpassingen wordt het rantsoen nu mooi homogeen gemengd. 

Voor een homogene menging van het voer is o.a. de laadvolgorde gewijzigd. In plaats van eerst het krachtvoer te laden, vult Bert Versteeg de mengwagen nu eerst met gras. Versteeg: “Ik laad eerst kuilgras en vervolgens 1/3 deel van de mais. Dat laat ik een kwartiertje mengen en daarna doe ik er water en krachtvoer bij.” Door eerst het structuurrijke gras in de mengkuip te laden met een klein beetje mais kunnen de twee vijzels het compacte voer beter verwerken en kunnen de vijzelmessen beter hun werk doen. Pas als het gras goed los gesneden is worden de fijne krachtvoercomponenten toegevoegd. Versteeg:  “In totaal mengen we een half uurtje. Met de nieuwe volgorde mengt het rantsoen een stuk soepeler en het vraagt ook nog eens minder vermogen van de trekker.”

Waar moet je nog meer op letten?
Niet alleen de laadvolgorde is van belang. Ook is er gekeken naar de vijzelmessen. Op beide vijzels zaten vijf korte messen gemonteerd. Er is nu één kort mes onderop de vijzel vervangen door een lang mes, met als gevolg dat het compacte gras los gesneden wordt en dus makkelijker te mengen is. Ook werd geadviseerd om de contramessen niet te gebruiken. Deze messen kun je inschakelen om tegendruk in de mengkuip te creëren om het voer beter te snijden, maar of de inzet van contramessen wenselijk is, hangt sterk af van het soort ruwvoer. Bij lang materiaal, bijvoorbeeld ronde balen, is het gebruik van contramessen aan te raden, maar bij relatief compacte ruwvoersoorten kan het juist het tegengestelde effect bereiken. Dan kan het de ‘dual flow’ circulatie in de mengkuip verhinderen. Het contrames in de Solomix van Versteeg stond vanaf het begin ingeschakeld en er is nooit meer naar omgekeken. Nu blijkt dat dit met hun rantsoen helemaal niet nodig is en zelfs afgeraden wordt. 

Met een paar kleine aanpassingen is het rantsoen van Versteeg nu veel beter gemengd. De koeien vertonen minder selectiegedrag. Versteeg: “Na drie maanden kunnen we wel zeggen dat de adviezen een positief effect hebben op het selectiegedrag en de productie. Er zijn een paar zaken waar je goed op  moet letten. De kwaliteit van de messen is bijvoorbeeld erg belangrijk, je moet ze op tijd vervangen dat scheelt enorm. We hebben het rantsoen voor- en na de aanpassingen onderzocht met de schudbox en kwamen tot de conclusie dat er nu meer structuurrijk voer in de middelste zeef zit en veel minder krachtvoer in de onderste bak. Een bewijs dat het voer dus beter gemengd is. Het rantsoen is nu over de gehele lengte van voerhek gelijk. Natuurlijk hangt het resultaat ook deels af van de kwaliteit van de kuil. Waar ik trouwens ook heel erg tevreden over ben is dat het overkoken met maar liefst 80% is afgenomen door het uitschakelen van de contramessen! Het is dus zeker de moeite waard om eens kritisch te kijken hoe je de voermengwagen gebruikt. Dit was voor ons een heel leerzaam proces. Ik zou het iedereen aanraden”, aldus Bert Versteeg.

Wil je ook advies? Vraag het onze specialisten!